Verblijfsregelingen en heel jonge kinderen

De hechtingstheorie

De hechtingstheorie gaat uit van de vaststelling dat een jong kind “gehecht” is aan een primaire verzorger. Het jonge kind komt gemakkelijk tot rust bij de primaire verzorger, zo ontlaadt het de stress en emoties die het groeien met zich meebrengt, de primaire verzorger reageert snel en adequaat op de verzorgings- en reguleringsnoden van het jonge kind. Tenzij beide ouders intensief en consequent de zorg voor het jonge kind delen, heeft het kind vaak één primaire hechtingsfiguur de eerste levensjaren; vanaf een jaar of drie gaat het kind zich gemakkelijk ook hechten aan andere “zorg”figuren.

Heel jonge kinderen hebben ook nood aan een stabiele verzorgingsomgeving om zich volop te ontwikkelen.

Ander tijdsbesef

Jonge kinderen hebben een ander tijdsbesef dan volwassenen : een weeklang een ouder niet zien voelt aan als een maandlang voor volwassenen. Zolang een ouder moeten missen, leidt ertoe te vervreemden van die ouder, zich niet meer zo veilig en vertrouwd en rustig voelen bij die ouder. Om zich volop te kunnen ontwikkelen en om zich te kunnen openen naar de anderen, moeten kinderen zich veilig, rustig en vertrouwd voelen.

Richtlijn

Vandaar een eenvoudige richtlijn (cfr Jan Piet de Man) : een kind is best niet langer gescheiden van zijn of haar hechtingsfiguur dan het aantal dagen dat het kind jaren oud is.

Voor een kind van 2 jaar, maximaal 2 dagen of 1 nacht

Voor een kind van 4 jaar maximaal 4 dagen of 3 nachten

Voor een kind van 5 jaar maximaal 5 dagen of 4 nachten

Voor een kind van 6 jaar maximaal 6 dagen of 5 nachten

Voor een kind van 7 jaar maximaal 7 dagen of 6 nachten

Voor een kind van 8 jaar maximaal 8 dagen of een week

Hoe kan een ouder bij wie het kind niet (hoofdzakelijk) verblijft, een kwaliteitsvolle band van hechting, zorg en opvoeding creëeren met zijn kind?

Regelmatig contact is hier belangrijk.

Regelmatig contact tijdens de week ook naast de dag(en) dat het kind bij hem/haar verblijft, zodat het kind zich in rust en vertrouwen voelt bij zijn ouder, zodat de ouder het kind en zijn ontwikkelingsnoden leert kennen.

Indien dit omwille van afstand of werk, niet haalbaar is, kan de ouder alsnog zo veel als mogelijk contact hebben en geduld totdat het kind ouder wordt, totdat zijn/haar zorgnoden evolueren, en daarbij zijn/haar mogelijkheden en behoeften om een periode te verblijven met zijn ouder.