Verblijfsregelingen
Kinderen wiens ouders niet (meer) samenleven, hebben recht op regelmatig contact met elke ouder (art. 9.1 en 9.3 Internationaal Verdrag Rechten van het Kind).
Ze hebben er vaak baat bij om door beide ouders verzorgd en opgevoed te worden.
Wanneer verblijven ze dan bij wie? Dit zijn de verblijfsregelingen.
Wat moet geregeld worden ivm het verblijf van de kinderen ?
Waar verblijven de kinderen (door wie worden ze verzorgd) : tijdens de schoolperiode, tijdens de vakantieperiode, op speciale dagen, wie brengt/haal ze,…
Hier een model van afspraken in een Verblijfsregeling
Wat bepaalt een goede verblijfsregeling?
Een verblijfsregeling wordt opgesteld in het belang van de kinderen. Het beantwoordt aan de behoeften van het kind.
Een verblijfsregeling wordt opgesteld wanneer beide ouders het ouderlijk gezag uitoefenen.
Samen het ouderlijk gezag uitoefenen veronderstelt dat ouders nog “samen” ouders kunnen zijn. Vooral bij heel jonge kinderen en korte opeenvolgende verblijfslocaties, mogen de ouders niet in een hoog conflictueuze relatie zitten. De verblijfsregeling moet praktisch haalbaar zijn voor de ouders.
Het belang van de kinderen ?? waar zouden kinderen belang bij kunnen hebben? wat hebben kinderen nodig?
regelmatig conflictloos contact met beide ouders, een fijne tijd samen met elke ouder
veiligheid, zorgeloosheid , vrije tijd na school (geen uren in de auto elke dag)
er wordt rekening gehouden met de leeftijd van de kinderen, de verschillende noden tijdens verschillende ontwikkelingsfases (het tijdsbesef evolueert met de jaren, nood aan de nabijheid van vrienden tijdens de puberteit).
belang van de primaire hechtingsfiguur voor heel jonge kinderen
specifieke noden en eigenheid van elk kind
beschikbaarheid van een netwerk voor extra hulp en zorg
Lectuur : “Een week mama, een week papa? wat de kinderen echt nodig hebben”, Claire Wiewauters,
Richtlijn uit de hechtingstheorie
De hechtingstheorie gaat uit van de vaststelling dat een jong kind “gehecht” is aan een primaire verzorger. Het jonge kind komt gemakkelijk tot rust bij de primaire verzorger, zo ontlaadt het de stress en emoties die het groeien met zich meebrengt, de primaire verzorger reageert snel en adequaat op de verzorgings- en reguleringsnoden van het jonge kind. Vaak heeft het kind één primaire hechtingsfiguur de eerste levensjaren; vanaf een jaar of drie gaat het kind zich gemakkelijk ook hechten aan andere “zorg”figuren.
Een kind is best niet langer gescheiden van zijn of haar hechtingsfiguur dan het aantal dagen dat het kind jaren oud is.
(Jan Piet de Man)
klik voor voorbeelden van mogelijke verblijfsregelingen :
Concrete voorbeelden van verblijfsregelingen in het belang van jonge kinderen heb ik in 2019 verwerkt in het boekje “verblijfsmodellen co-ouderschap” Laly N. - een nieuwe versie is in opmaak.
Hier via bol com verkrijgbaar.
Evolutie van verblijfsregelingen : een overzicht
20ste eeuw
Scheidingen uitzonderlijk
Kinderen bijna altijd enkel bij moeder
Vader: bezoek of om de twee weken
Gevolg: vervreemding, verzwakte band, soms vaderverstoting
Begin 21ste eeuw
Wetgeving in veel landen: voorkeur voor co‑ouderschap
Week‑weekregeling werd standaard verblijfsregeling
Soms zelfs toegepast bij baby’s en peuters
Probleem: onvoldoende rekening met hechting en tijdsbesef
Inzichten uit onderzoek (Brazelton, Greenspan, Kelly, Berger) bewijzen nadelen van lange periodes van scheiding van hechtingsfiguur bij jonge kinderen.
Jaren 2010
Meer aandacht voor ontwikkelingsfasen van kinderen
Kortere verblijfsperiodes worden gebruikt
Vandaag
“Belang van het kind” centraal in de wet
Ouders moeten motiveren hoe hun verblijfs- en kostenregeling voor de kinderen daarmee rekening houdt
Meer nuance: leeftijd, hechting, ontwikkeling, eigenheid van elk kind
Evolutieve mee-groei verblijfsregelingen
Opkomst van parallel solo‑ouderschap als werkbaar alternatief voor coöperatief co-ouderschap